‘Vanaf het allereerste moment dat die nieuwe cliënt bij ons in het tehuis kwam wonen, had ik al het gevoel dat er iets niet klopte. De manier waarop hij naar me keek, bijvoorbeeld. Ik werkte als zorgcoördinator in een instelling voor verstandelijk gehandicapten en was wel wat gewend. Maar mijn gevoel bleek juist. Nadat hij me verbaal al een keer in de hoek had gezet, randde hij me aan en deed hij zelfs een poging tot verkrachting.
Ik was totaal overstuur. Maar mijn leidinggevende die ik hierover informeerde, reageerde niet zoals ik had verwacht. Ik werd helemaal niet opgevangen. Integendeel. Er werd op me ingepraat. Gezegd dat het behoorde tot het risico van het vak. Ik was emotioneel en in de war, en dacht op een gegeven moment inderdaad dat het aan mij lag.
Twee andere collega’s uit mijn team werden ook door dezelfde persoon lastiggevallen. Gezamenlijk besloten we bij de directeur van de zorginstelling een officiële klacht tegen de cliënt in te dienen. Maar de directeur veegde de klacht van tafel. Ik heb wel een vermoeden waarom. De zorginstelling staat vrij goed aangeschreven in het land. En het heeft een christelijke achtergrond. De directie wil koste wat kost niet dat dit soort zaken in de publiciteit komen, en doet aan struisvogelpolitiek.
Na de negatieve reactie van de directeur heb ik mijzelf ziek gemeld.
Vervolgens heb ik aangifte gedaan bij de zedenpolitie. Zij verwezen me door naar Slachtofferhulp Nederland. Daar kwam ik in aanraking met Olga Maarleveld. Het eerste dat zij deed, was alles goed op een rijtje zetten. Ik twijfelde heel erg aan mezelf, was onzeker en wantrouwend. Mijn gevoelens waren helemaal door elkaar gegooid. Maar Olga maakte me vanaf het begin af aan duidelijk dat ik absoluut niet aan mezelf moest twijfelen. Dat mij geen enkele blaam trof. Daarna heeft ze gezorgd dat ik een advocaat kreeg en nam ze contact op met het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Zonder Olga had ik niet geweten wat mijn rechten waren en wat allemaal mogelijk is. Ik heb nu met behulp van Slachtofferhulp Nederland een rechtszaak aangespannen tegen mijn oude werkgever. Ik verwijt hem dat hij is nalatig geweest in de afhandeling van de hele zaak.
Verder heb ik samen met een collega de arbeids- en gezondheidsinspectie ingeschakeld. Het gaat mij om de erkenning. Had de zorginstelling andere maatregelen genomen, dan was dit allemaal niet nodig geweest. Maar mijn werkgever had me gewoon goed moeten opvangen.
Ik vind het zeer goed dat ik via mijn aangifte bij de zedenpolitie, automatisch ben doorverwezen naar Slachtofferhulp Nederland. Hun steun was voor mij zeer belangrijk. Ik heb op mijn werk altijd mijn mannetje gestaan, maar bij Olga kon ik ook gewoon een klein meisje zijn. Als ik haar niet had, was ik misschien ver weg gezakt.
Uiteindelijk ben ik er sterker uitgekomen. Ik heb een andere en veel betere baan. Ik besef dat ik veel geluk heb gehad. Wanneer ik niet was doorgestuurd naar Slachtofferhulp Nederland, had het veel slechter met me kunnen aflopen. Heel vaak worden dit soort zedendelicten door werkgevers in de doofpot gestopt, omdat ze bang zijn voor slechte publiciteit. Dit soort bedrijven zijn machtig. Ze hebben de lange adem en financiële middelen ervoor.
Tegen andere slachtoffers zou ik daarom willen zeggen: laat je niet monddood maken en haal hulp buiten de werkgever. Ga naar Slachtofferhulp Nederland. Zij zijn onafhankelijk en zijn er voor jou.’
(Janine, 34 jaar, zorgcoördinator in een instelling voor verstandelijk gehandicapten)
slachtoffer
‘Mijn werkgever had me gewoon goed moeten opvangen’
‘Mijn werkgever had me gewoon goed moeten opvangen’
Mijn werkgever had me gewoon goed moeten opvangen