home    contact
 
  Actueel      
 

Persbericht: De privacy van slachtoffers en nabestaanden in de media 20-02-09

De privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media


Utrecht, 20 februari 2009

In het kader van de Europese dag van het slachtoffer vindt vandaag het symposium van Slachtofferhulp Nederland plaats met als thema: ‘Slachtoffers in de media, publiek bezit tegen wil en dank? in de Zonnestraal te Hilversum. Hoewel de media aangeven verstandig met slachtoffers en nabestaanden om te gaan en zorgvuldig afwegingen te maken, geven slachtoffers en nabestaanden een heel ander beeld. Hun privacy wordt stelselmatig geschonden. Dat blijkt uit het kwalitatieve onderzoek ‘Publiek bezit tegen wil en dank’ dat Slachtofferhulp Nederland heeft gehouden onder slachtoffers en nieuwsmedia. Het onderzoeksrapport staat tijdens dit symposium centraal.

De media en haar grenzen
De onderzoekers van Slachtofferhulp Nederland hebben bij verschillende media geïnventariseerd wat zij aan geschreven en ongeschreven regels over privacy hanteren. De wet is altijd de uiterste grens, maar die staat de sector een hoge mate van autonomie toe. Het instrument voor zelfregulering, de Raad voor de Journalistiek, bestaat bij gratie van vrijwillige erkenning en haar draagvlak vermindert. De Raad toetst aan een ethische code en kan geen sancties opleggen. De media geven aan in beginsel verstandig met slachtoffers om te gaan, en doorgaans zorgvuldige afwegingen te maken. Sommige van hen hebben een eigen gedragscode op schrift gesteld waarin dit een onderwerp is.

Privacy slachtoffers
Tegen deze achtergrond is een kleine groep slachtoffers en nabestaanden gevraagd naar hun ervaringen met de media. Dan tekent zich een ander beeld af, namelijk dat de privacybelang van slachtoffers stelselmatig genegeerd wordt door journalisten. Inbreuk op de privacy varieert dan van achteloze ‘bedrijfsongevallen’, zoals het vermelden van uitgebreide persoonsgegevens en saillante details, het gebruik van niet geautoriseerd beeldmateriaal en het ongecontroleerd overnemen van berichten. Uit het onderzoek komt dan ook duidelijk naar voren dat de privacy van slachtoffers en nabestaanden in de praktijk slecht beschermd is als het gaat om berichtgeving in de (nieuws)media. Media kunnen in hun jacht op nieuws extra leed en zelfs emotionele schade berokkenen aan deze kwetsbare groep. Zij voelt zich letterlijk ‘publiek bezit’.

Initiatief Slachtofferhulp Nederland
Slachtofferhulp Nederland heeft het initiatief genomen tot het onderzoek en het symposium ‘Publiek bezit tegen wil en dank?’, omdat zij hoopt hiermee de belangen van het slachtoffer beter tussen de oren van de journalisten te krijgen. “Wij geloven niet in strengere wetten of sancties als oplossing. De informatievrijheid is een groot goed dat gekoesterd moet worden. Het gaat hier in feite om ongeschreven regels van fatsoen en moreel besef. Wij geloven in het aangaan van het debat met professionals die streven naar kwaliteit in hun werk en daarop aan te spreken zijn”, aldus Jaap Smit, algemeen directeur Slachtofferhulp Nederland.

Slachtofferhulp Nederland pleit voor concretere afspraken, namelijk:
• Slachtofferhulp Nederland zou media willen uitnodigen convenanten of intentieverklaringen te ondertekenen, met daarin wat concretere uitgangspunten om de contacten tussen slachtoffers en media te stroomlijnen. Dat heeft als doel enige balans aan te brengen in een relatie die volstrekt ongelijkwaardig is. Daarmee zou de partij die in feite alle touwtjes in handen heeft, erkennen een speciale verantwoordelijkheid te hebben voor de kwetsbare wederpartij. Maar Slachtofferhulp is niet naïef. Zij beseft dat dit voorstel hoogstwaarschijnlijk geen enkele respons krijgt. Dat druist in tegen de fundamentele allergie die de sector heeft voor alles wat zij opvat als inperking van haar autonomie. Maar het achterliggende idee is niet om de vrijheid van de pers beknotten, maar de sensitiviteit van individuele journalisten en de sector in het algemeen ten aanzien van slachtoffers te vergroten.
• Wanneer de Raad voor de Journalistiek inderdaad besluit om publieke leden aan te stellen die niet verbonden zijn aan de mediasector, dan houdt Slachtofferhulp Nederland zich van harte aanbevolen voor een plaats in dit gremium.
• Slachtofferhulp pleit er tevens voor om het recht een klacht in te dienen, niet te beperken tot de direct belanghebbenden. Vanuit de wetenschap dat veel slachtoffers het gewoon niet kunnen opbrengen om naast alle ellende die hun overkomt ook nog eens een procedure op te starten, zou het mogelijk moeten zijn dat zij zich door Slachtofferhulp Nederland in deze laten vertegenwoordigen. Dat biedt de Raad de mogelijkheid om haar jurisprudentie verder te ontwikkelen.
• Daarnaast zal Slachtofferhulp Nederland het niet nalaten om de media op alle mogelijke manieren te blijven aanspreken, wanneer zij de privacy van slachtoffers zonder noodzaak aan hun laars lappen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Esther Visser, Hoofd afdeling Communicatie 030-2340116 . Esther Visser is op het symposium aanwezig, u wordt daarom vriendelijk verzocht bij geen gehoor een voicemailbericht in te spreken.

Bijlage
Rapport: ‘‘Publiek bezit tegen wil en dank’

Extra informatie
De teksten van de sprekers staan vanaf 16.00 uur op www.slachtofferhulp.nl

Overig
Het onderzoek is een kleinschalige, kwalitatieve verkenning van verschillende ervaringen, praktijken en percepties bij een aantal vertegenwoordigers van de betrokken partijen: slachtoffers en nieuwsmedia. Dat is gebeurd aan de hand van open interviews. Wat betreft slachtoffers gaat het in de meeste gevallen om nabestaanden van moord en doodslag, omdat deze misdrijven een hoog mediaprofiel hebben en zij dus meer dan gemiddeld blootstaan aan media-aandacht. In totaal hebben zeven nabestaanden en een slachtoffer meegewerkt aan de interviews. Uiteraard worden zij in dit onderzoek anoniem opgevoerd.

Verder zijn er interviews gehouden met zeven verslaggevers en (hoofd)redacteuren van twee landelijke kranten (het AD en de Volkskrant), twee nieuwsprogramma’s met een tv- en interneteditie (Hart van Nederland en RTL Nieuws) en een regionaal dagblad, BN De Stem. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met de secretarissen van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) en de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) en met twee wetenschappers; dr. Huub Evers, hoofddocent media-ethiek en lector Interculturaliteit en Journalistieke Kwaliteit (Fontys Hogeschool voor Journalistiek Tilburg) en prof. dr. Marcel Broersma, hoogleraar Journalistieke Studies en Media (vakgroep Journalistiek, Rijksuniversiteit Groningen) en lid van de RvdJ. Tenslotte hebben twee bestuursleden van de Stichting Hans Melchersfonds meegewerkt aan een interview. Die stichting biedt financiële ondersteuning aan mensen of organisaties die het slachtoffer zijn geworden van ondeugdelijke perspublicaties, waarbij hun privacy zonder noodzaak wordt aangetast, en die zelf onvoldoende geld hebben om zich met hulp van een advocaat daartegen te verweren. De interviews zijn gevoerd aan de hand van topiclijsten. De gesprekken zijn, op twee na, met toestemming van de respondenten opgenomen en ad verbatim uitgewerkt. Op de gespreksverslagen is een kwalitatieve analyse toegepast.

In aanvulling op het empirische onderzoek zijn schriftelijke, audiovisuele en elektronische bronnen bestudeerd: wetenschappelijke publicaties, verslagen en rapporten van organisaties in de mediasector, jurisprudentie, alsmede berichtgeving over misdrijven en ongevallen door verschillende media.





« Terug