Bevlogen pleidooien voor slachtofferrechten

Een volle zaal, een boeiend onderwerp en gedreven sprekers. Dat waren woensdag 22 februari 2012 in Den Haag de ingrediënten voor een geslaagd symposium over slachtofferrechten, op de Europese Dag van het Slachtoffer. ‘Bij ketenpartners moet het slachtoffer steeds vóór op het netvlies staan.’

Verbouw of nieuwbouw?

Doen de huidige slachtofferrechten genoeg recht aan slachtoffers? En zo niet, moet het strafrechtsysteem dan alleen verbouwd of compleet vernieuwd worden? Experts en betrokkenen gingen onder leiding van jurist Gerben Kor in gesprek over dit thema voor een volle zaal met juristen, hulpverleners, nabestaanden en slachtoffers.

Article image Directeur Harry Crielaars van Slachtofferhulp Nederland liet zich in zijn openingswoord verheugd uit over de grote opkomst. Die weerspiegelt volgens hem de groeiende aandacht voor slachtoffers in de hele keten. 'Maar we mogen niet tevreden achteroverleunen om van het uitzicht te genieten', vond hij. Daarom stelde Crielaars voor er een symposium-estafette van te maken. Aanwezige ketenpartners riep hij op het stokje van Slachtofferhulp Nederland over te nemen en zelf ook een symposium aan slachtofferrechten te wijden. Omdat één middag simpelweg te weinig is.

Vernieuw het 'slachtofferhuis'

Article image 'Een omvangrijke verbouwing.' Zo omschreef staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie de ontwikkelingen rond slachtofferrechten. Hij betrad na Harry Crielaars het podium en sloot zich aan bij diens betoog. Teeven benadrukte dat dankzij de wet 'Versterking positie slachtoffers' essentiële rechten zijn vastgelegd. 'Maar we doen pas écht recht aan slachtoffers als die rechten ook in de praktijk worden waargemaakt', zei Teeven. 'De fundamenten van het 'slachtofferhuis' zijn gelegd, en het casco staat fier overeind. Maar het huis is zeker nog niet klaar. Zo zijn er volop mogelijkheden om de informatievoorziening aan slachtoffers te verbeteren en de ketenpartners meer te laten samenwerken.' Samen met die ketenpartners ontwikkelt de staatssecretaris de komende maanden een Strategische Agenda Slachtofferbeleid. Ook zal hij investeren in een cultuuromslag bij al die partners. 'Het moet vanzelfsprekend worden dat ze zich bij alles wat ze doen óók afvragen: wat betekent dit voor het slachtoffer?'

Geef slachtoffers een plaats

Article image De positie van slachtoffers is dus verbeterd. Maar beter is nog niet goed genoeg, vond advocaat Richard Korver. Die hield een bevlogen pleidooi om slachtoffers en nabestaanden een volwaardige rol te geven in het strafproces. Uit eigen ervaring weet Korver dat er met zowel slachtoffers als hun advocaten onvoldoende rekening wordt gehouden. Op verzoek van Fred Teeven maakte hij hierover eind vorig jaar een 'zwartboek', een lijst met knelpunten waar advocaten van slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven tegenaan lopen. 'Geef slachtoffers een vaste plek in de rechtszaal', was het dringende verzoek van Korver. 'En vraag ze naar hun mening over de strafeis. Het slachtoffer moet niet in het áchterhoofd zitten van de ketenpartners, maar moet steeds vóór op het netvlies staan. Het is hoog tijd voor een 'new school' in het strafrecht. Gericht op het slachtoffer. Daarom zeg ik: niet verbouwen, maar gewoon platgooien en opnieuw opbouwen.'

Gebruik de mogelijkheden

Article image Rechten vastleggen en regels aanpassen is één ding. Er gebruik van maken is een tweede. Dat benadrukte Herman Bolhaar, voorzitter van het College van procureurs-generaal dat de leiding voert over het Openbaar Ministerie (OM). 'Verbouw of nieuwbouw, allebei suggereren ze dat als we de regels maar veranderen, het dan wel goed komt met het slachtoffer in het strafrecht. Terwijl er juist onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de regels nu al bieden.' Volgens Bolhaar zou het minder moeten gaan over het aanpassen dan over het tóepassen van de bestaande mogelijkheden. Hij constateerde verder dat het OM een cultuurverandering ondergaat, waardoor naast de verdachte ook het slachtoffer steeds meer aandacht krijgt.

Article image Het Openbaar Ministerie heeft als overheidsinstelling een duidelijke verantwoordelijkheid in de slachtofferzorg. Dat onderstreepte ook Antony Pemberton, universitair docent slachtofferkunde aan de Universiteit van Tilburg. 'Alle rechten die voor een individuele burger vanzelfsprekend zijn, zijn dat lang niet altijd ook voor slachtoffers. Als belanghebbenden bij het strafproces horen ze behandeld te worden zoals alle andere betrokkenen. Dat betekent: hun inbreng aanhoren, ze informeren, besluiten kenbaar maken, en na afloop duidelijk aangeven wat er met hun inbreng gebeurd is. Dat zijn simpelweg de beginselen van behoorlijk bestuur. Die zouden volstrekt vanzelfsprekend moeten zijn in de relatie tussen overheid en slachtoffers.'

Verbouw de fundamenten

Article image Dat slachtoffers meer betrokken moeten worden bij de rechtsgang, daar leek iedereen op het symposium het wel over eens te zijn. Maar hoe groot mag die betrokkenheid precies zijn? Tijdens de afsluitende forumdiscussie bleken de meningen daarover uiteen te lopen. Jack Keijzer had als nabestaande van een levensdelict graag gehoord willen worden bij de bepaling van de strafmaat van de dader. Maar strafpleiter Onno de Jong vond dat slachtoffers daarbij geen inspraak zouden moeten hebben, omdat emoties dan een te grote rol krijgen. 'Bovendien is een wezenlijk kenmerk van ons strafproces dat het uitgevoerd wordt door professionals. Daarbij is zakelijkheid van groot belang.'

Article image CDA-kamerlid Madeleine van Toorenburg zag een oplossing in de splitsing van het strafproces. 'Bij een grondige verbouwing is het soms ook nodig de fundamenten te verbouwen, weet ik uit mijn ervaring als gevangenisdirecteur.' Toorenburg pleitte voor het tweefasenproces. Daarin krijgt het slachtoffer ná de bewezenverklaring van de schuld van de dader alle ruimte om bij het bepalen van de strafmaat alsnog een persoonlijke inbreng te leveren.

Neem slachtoffers serieus

Die persoonlijke inbreng was er tijdens het symposium ook. Helma Noordink verloor in 2008 haar 27-jarige dochter Joanne door een misdrijf. Tijdens het grootschalige onderzoek naar haar verdwijning kreeg Noordink van de rechercheurs nauwelijks informatie. Die hielden een 'professionele distantie'. Terwijl beide ouders van Joanne 'in gekmakende onzekerheid' verkeerden en juist graag wilden weten hoe het onderzoek vorderde. Noordink: 'Gelukkig kregen we een heel betrokken officier van justitie toegewezen. Zij nam ons erg serieus en informeerde ons uitstekend. Maar veel andere nabestaanden hebben dat geluk niet.'

Vervolgsymposium

En het estafettestokje van Harry Crielaars? Dat werd nog tijdens het symposium zelf door drie partijen opgepakt. Zowel het Openbaar Ministerie als Reclassering Nederland, het Schadefonds Geweldsmisdrijven én de Raad voor de Rechtspraak beloofden een vervolgsymposium te organiseren over de rol van het slachtoffer.