Wij gebruiken cookies en andere technieken om uw ervaring op onze websites te verbeteren en om advertenties te tonen. Als u doorklikt gaat u akkoord met het plaatsen van de cookies en het gebruik van cookietechnieken.

Privacy | Cookieverklaring

Praten met een kind bij misbruik

Heeft u redenen om aan te nemen dat uw kind slachtoffer is van seksueel misbruik? Kinderen zwijgen zelf vaak, maar toch kunt u een gesprek proberen aan te gaan. Praten over wat er gebeurd is kan een belangrijke stap zijn naar hulp.

Ieder kind, iedere ouder en iedere situatie is anders. Algemene adviezen kunnen we daarom niet geven. De onderstaande suggesties kunnen helpen om het gesprek met uw kind makkelijker te maken.

Dring niet aan op antwoorden

  • Stel niet te veel vragen tegelijk. De gebeurtenis was waarschijnlijk verwarrend voor het kind. Dit maakt het lastig om erover te praten.
  • Forceer niet als het kind niet verder wil praten.

Stel open vragen en oordeel niet

  • Bij een open vraag zit het antwoord niet verstopt in de vraag. Een open vraag is: 'Wat deden jullie samen?' Een gesloten vraag is: 'Heeft hij je wel eens aangeraakt?'
  • Laat uw oordeel niet merken aan het kind, want dat kan hem of haar tegenhouden om erover door te praten.
  • Blijf concreet en probeer antwoord te geven op de vragen van het kind. Dit betekent dat u bijvoorbeeld eenvoudige seksuele voorlichting geeft op een manier die het kind begrijpt.

Laat uw eigen emoties zoveel mogelijk buiten het gesprek

  • Probeer om uw bezorgdheid, boosheid of afschuw niet te laten doorklinken. Voor een kind is het makkelijker om te praten als het zich niet druk hoeft te maken over uw emoties.
  • Het is belangrijk dat u uw eigen gevoelens kunt delen. Bespreek dit bijvoorbeeld met een familielid, een vriend of vriendin, of uw huisarts.

Steun het kind volledig

  • Een kind moet het gevoel krijgen dat hij of zij geen schuld heeft. Word dus niet boos als het kind niet meteen vertelt wat er is gebeurd.
  • Zorg dat het kind zich veilig en gesteund voelt.
  • Maak duidelijk dat alleen de pleger, de volwassene, verantwoordelijk is voor wat er is gebeurd.