Wij gebruiken cookies. Functionele en analytische cookies maken het gebruik van onze website mogelijk en deze cookies helpen ons om de website te verbeteren. Accepteert u dat we ook tracking cookies gebruiken? Door middel van deze cookies kunt u gepersonaliseerde advertenties van ons zien. Lees eerst de cookieverklaring voor meer informatie over de tracking cookies.

Privacy | Cookieverklaring

Teamleider Marie-Caroline Berndsen vertelt hoe de dienstverlening doorging ondanks de lockdown

Ze is verrast hoe flexibel en creatief haar collega’s met de coronasituatie omgaan. Marie-Caroline Berndsen is teamleider juridische dienstverlening bij Slachtofferhulp Nederland. ‘We zijn er trots op dat het gelukt is om de dienstverlening door te zetten tijdens de lockdown. Nu er soms weer keuze is tussen een face-to-face of telefonisch gesprek, is de wens van het slachtoffer leidend.’

Brabant liep een week vóór op de landelijke corona ontwikkelingen. Marie-Caroline werkt als teamleider op locatie Den Bosch. Daar stond Marie-Caroline samen met haar collega’s voor de uitdaging om te bedenken hoe de dienstverlening vanuit thuis voortgezet kon worden. Marie-Caroline: ‘We hebben met het managementteam in de regio heel snel het uitgangspunt vastgesteld: we willen de dienstverlening door laten gaan, de impact voor slachtoffers zo klein mogelijk houden.’

Met je kind in de kamer

Medewerkers gingen vanuit huis werken. ‘Gelukkig hadden we alle medewerkers al voorzien van thuiswerkapparatuur’, vertelt Marie-Caroline. ‘We lieten het aan de cliënten weten dat de afspraak telefonisch zou zijn. Van het team vroeg dit enorm veel flexibiliteit. Als je kind in de kamer zit, en je moet iemand bellen die net een roofoverval heeft meegemaakt, dat is geen doen. De scheiding tussen werk en privé werd ongekend dun. Daar heb ik me wel zorgen over gemaakt. De werkdruk wordt daardoor wat groter. Sommige collega’s verplaatsen het werk naar ’s avonds, als hun partner er weer was. Dat we na enige tijd werden ingedeeld bij cruciale beroepen, was fijn. Teamleden konden we indien nodig weer gebruik maken van kinderopvang.’

Geen achterstanden

Marie-Caroline en haar collega’s mistten de vanzelfsprekendheid van de verbinding met elkaar. Met elkaar samenwerken en de verbondenheid blijven voelen werd lastiger. Ze zochten naar manieren om elkaar toch online te ontmoeten en vonden die via videobellen. 

Intussen ging het werk door. ‘Per week keken we naar de situatie. Medewerkers hadden behoefte aan duidelijkheid: zo gaan we het doen. Gelukkig was de communicatie vanuit het landelijk kantoor heel duidelijk. We hielden er rekening mee dat de rechtbanken wellicht zouden sluiten. Toch hebben we gedaan alsof de zittingen door zouden gaan. We wisten: als we nu niet doorgaan, dan hebben we straks een groot probleem. Laten we zorgen dat we geen achterstanden oplopen.’

Begrip

Slachtoffers reageerden begripvol op de verandering van face-to-face naar telefonisch. ‘“Wat fijn dat ik toch geholpen kan worden”, hoorden we vaak van slachtoffers’, vertelt Marie-Caroline. ‘Ze weten wat er speelt met corona. Al is het telefonisch wel moeilijker om door te vragen en echt een goed gesprek te hebben. Daarnaast hadden veel slachtoffers vragen over wat het zou gaan betekenen voor het strafproces. Er was behoefte aan duidelijkheid.’

Nieuwe mogelijkheden

Zijn er ook positieve gevolgen van alle maatregelen rondom corona? ‘Voor mij is duidelijk geworden dat er veel meer mogelijk is dan we denken. En hoe wendbaar je bent als organisatie’, vindt Marie-Caroline. ‘De video-aanwezigheid op een zitting is wat mij betreft in de toekomst een mooie mogelijkheid voor een slachtoffer die bijvoorbeeld de confrontatie met de verdachte niet wil aangaan of om een andere reden niet fysiek aanwezig kan zijn.’

Toekomst

Het devies is in Nederland vooralsnog: werk thuis als het kan. Wat betekent dit voor Marie-Caroline en haar team? ‘We zijn zo nu en dan op kantoor. Het is fijn om elkaar weer af en toe in het echt te zien. In het contact met de cliënt kijken we ook per situatie. Waar een face-to-face ontmoeting eerst vanzelfsprekend was, wegen we nu af of een gesprek telefonisch kan of dat het wenselijk is om op locatie af te spreken. Het belangrijkste daarbij is wat de wens van het slachtoffer is.’