Wij gebruiken cookies. Functionele en analytische cookies maken het gebruik van onze website mogelijk en deze cookies helpen ons om de website te verbeteren. Accepteert u dat we ook tracking cookies gebruiken? Door middel van deze cookies kunt u gepersonaliseerde advertenties van ons zien. Lees eerst de cookieverklaring voor meer informatie over de tracking cookies.

Privacy | Cookieverklaring

Albert werd mishandeld door zijn buurman

‘Ik was buiten mijn auto aan het wassen. Toen ik op mijn knieën de velgen schoonmaakte, kreeg ik een trap in mijn ribben. Het was de buurman, met wie ik al een paar maanden gedoe had. Ik kon geen kant op en werd uiteindelijk met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Eenmaal weer thuis, kreeg ik hulp van Slachtofferhulp Nederland. Ik dacht dat dat voor watjes was, maar vanaf het moment dat de medewerker bij ons binnenstapte, voelde ik dat het goed zou komen.’

‘Het gedoe met de buurman was al langer aan de gang. Na enige tijd was ik het beu en belde ik de politie. De wijkagent was al eerder op de hoogte, omdat ik zelf werkzaam was bij de buurtpreventie. Daardoor had ik veel contact met agenten in de wijk. Met de wijkagent sprak ik af dat ik zou bellen als het nodig was. Dat had ik blijkbaar niet moeten doen. Drie weken nadat de politie bij hem langs ging vanwege de overlast, mishandelde hij mij.’

Kruipend kwam ik bij de deur en belde ik aan

‘Hij pakte mij op een zwak moment. Ik zat op mijn knieën bij de velgen van mijn auto en kon geen kant op. Ik kon en wílde niets doen. Ik dacht dan ook dat ik wel iets kon hebben met mijn opleiding personeelsbeveiliging. Maar als het je overkomt, op een moment dat je het niet verwacht, ben je nergens.’

‘Mijn gezicht lag open, ik was bont en blauw en mijn vingers waren kapot. Ik ben naar de deur gekropen. Gelukkig lukte het me om aan te bellen. Mijn vrouw kwam naar beneden en belde de politie en ambulance. De buurman werd gearresteerd en ik ging met de ambulance naar het ziekenhuis. Gelukkig mocht ik snel weer naar huis. Al snel zat ik bij het politiebureau om aangifte te doen.’

Ik voelde me een mens

Ik voelde me geen nummer; ik voelde me een mens.

‘De agent vroeg me of ik hulp wilde van Slachtofferhulp Nederland. Ik twijfelde; ik dacht altijd dat Slachtofferhulp alleen voor watjes was. Inmiddels ben ik er wel achter dat dat niet zo is. De agent vertelde me dat een medewerker van Slachtofferhulp Nederland me een hoop werk uit handen zou kunnen nemen. Ik gaf aan er toch graag gebruik van te maken. Nog diezelfde avond stond er een meneer van Slachtofferhulp op de stoep. Een hele aardige vent die rust uitstraalde. Vanaf het moment dat hij ons huis binnenstapte voelde ik dat het goed zou komen.

Ik hoefde me alleen maar te richten op mijn eigen herstel

‘Zelf was ik nog steeds in paniek en ik had geen idee waar we allemaal aan moesten denken. Je bent zelf leek op dit gebied en ik wist niet wat ons te wachten stond. Het was zo fijn dat iemand anders het overzicht had en wist waar we aan moesten denken en wat we moesten doen. Hij vertelde bijvoorbeeld welke formulieren we in moesten vullen om onze schade vergoed te krijgen en hij hielp ook bij het invullen van de formulieren. Hij vertelde bijvoorbeeld ook dat we bonnetjes moesten bewaren van de parkeergarage in het ziekenhuis. Dingen waar je zelf niet direct aan denkt.’

‘Dankzij zijn expertise kon ik me richten op mijn eigen herstel. Hij nam ons zoveel zorgen uit handen. Ik hoefde bijna alleen maar over mezelf na te denken. Na een paar dagen ging het dan ook alweer beter. Naast alle praktische zaken, sprak ik 3 keer met hem af om te praten over wat er was gebeurd. Het was goed om daarover te kunnen praten.’

Uit zelfbescherming zijn we verhuisd

‘De buurman bood nooit zijn excuses aan. Er is wel een rechtszaak geweest. De buurman kreeg een taakstraf en betaalde een schadevergoeding. In een gesprek met de politie en de buurman probeerden we nog de spanning weg te halen, maar dat is niet gelukt. Hij heeft ons zelfs nog bedreigd. Uiteindelijk zijn we verhuisd. Niet uit angst, wel uit zelfbescherming.’

‘Samen met mijn vrouw woon ik nu in ons nieuwe huis. Het gaat goed met ons, ook al herinneren de littekens me elke dag aan wat er is gebeurd. Drie maanden na het voorval belde de medewerker van Slachtofferhulp Nederland me op om te vragen hoe het met me ging. Dat vond ik heel aardig. Gelukkig had ik zijn hulp niet meer nodig. Ik heb de hulp wel laatst nog aan anderen aangeraden. Ik was namelijk getuige van een vechtpartij op het voetbalveld. Ik liet ze weten dat Slachtofferhulp Nederland zeker niet voor watjes is.’