Wij gebruiken cookies en andere technieken om uw ervaring op onze websites te verbeteren en om advertenties te tonen. Als u doorklikt gaat u akkoord met het plaatsen van de cookies en het gebruik van cookietechnieken.

Privacy | Cookieverklaring

Mellanie vertelt over het doen van aangifte

“Ik ben seksueel misbruikt”, zei ik aan de telefoon tegen de agente. Ze vroeg wat er dan was gebeurd. “Alles”, was mijn reactie. Toen moest ik alles benoemen. Dat was heel gek en zwaar. Op dat moment was het zo’n 7 jaar geleden dat het misbruik stopte. Aangifte doen was een heel grote stap; ik vond het reuzespannend en pittig. Maar tegelijkertijd gaf het me kracht. Het gaf me vertrouwen. Ik voelde dat ik goed bezig was.’

‘Van mijn 9e tot mijn 17e ben ik seksueel misbruikt door mijn toenmalige stiefvader.

Het misbruik kon stoppen doordat ik het aan mijn moeder en zus vertelde. Daarna heb ik er lang niet over gepraat; dat was heel moeilijk. Na een aantal jaar dacht ik na over wat me zou helpen verder te komen. En dat was praten, realiseerde ik me.’

Begrip, warmte en respect

‘Eerst praatte ik erover met minder bekende mensen, in een groepje op school. Ik ontdekte dat het me hielp. De kring met mensen die het wisten werd stap voor stap groter en inmiddels weet iedereen het.

Voordat ik ging praten, voelde het alsof ik altijd iets te verbergen had. Ik vond dat mensen niet écht wisten wie ik was, als ze niet van het misbruik zouden weten.

Tegelijkertijd was ik bang dat mensen het niet zouden begrijpen en zouden oordelen. Maar het tegendeel bleek waar. Ik ontving enorm veel begrip, warmte en respect. Het praten gaf me het vertrouwen dat nodig was om een melding bij de politie te doen.’

Ik belde de politie, dat leek de snelste optie

‘Een krantenartikel was de uiteindelijke aanleiding om contact op te nemen met de politie. Iemand was veroordeeld voor het bezitten van kinderporno. Deze persoon kwam uit dezelfde stad als mijn dader en er waren nog andere raakvlakken. Ik dacht: “Wat als dit dezelfde persoon is en ik niets heb gedaan om te voorkomen dat anderen ook slachtoffer worden?” Ik besprak het met mijn moeder. Deze persoon was al vervolgd en mijn dader liep nog steeds rond, dus dit kon hij niet zijn. Wel had dit zo’n sterk gevoel van rechtvaardigheid in mij getriggerd, waar ik iets mee moest.’

‘Diezelfde middag belde ik naar de politie. Dat leek me de snelste optie. Dat was heel spannend, maar ik dacht “ik zie dit, ik voel dit en ik doe dit”. Aan de telefoon moest ik benoemen wat er allemaal was gebeurd. Dat was heel zwaar en na afloop was ik erg emotioneel. Maar het gaf ook kracht. Ik voelde dat ik goed bezig was en dat was heel fijn om te voelen.’

Tijdens de aangifte kwam alles weer naar boven

‘Na de telefonische melding ging ik langs om daadwerkelijk aangifte te doen. Dat vond ik net zo eng als het doen van de melding. Mijn moeder mocht niet mee naar binnen, want ik mocht niet beïnvloed worden. Het was wel erg fijn dat ze mee was en dat ze me opwachtte.

Tijdens de aangifte kwam alles weer naar boven. Dat was heel heftig maar gaf me opnieuw vertrouwen; ik deed wat ik kon. Na de aangifte volgde een lange periode van wachten. Zo werden bijvoorbeeld ook familieleden gehoord. Het was lang wachten. 4 jaar na aangifte werd de strafzaak behandeld. Daarin maakte ik gebruik van mijn spreekrecht.’

Door te praten kon ik verder

‘De periode waarin ik ging praten en aangifte deed was heftig. Maar ik zou het zo weer doen. Ik heb nooit spijt gehad van de keuzes die ik heb gemaakt; bij elke keuze heb ik kracht gevoeld. Ik heb zoveel respect en liefdevolle woorden van mensen ontvangen. Ik dacht altijd dat het onmogelijk was om mijn verhaal te begrijpen, maar als je het vertelt, ontdek je dat mensen het begrijpen. Door te praten, kom je er ook achter wat je zelf nodig hebt. En dan pas kan je verder.’

‘Bij mij zorgde het praten ervoor dat ik aangifte deed. En dat was echt een start. Denk niet te licht over het doen van aangifte, want dat maakt indruk. Geef jezelf ruimte om het een plek te geven. Aangifte doe je niet ‘even in een middag’. Geef het de tijd om te landen. Anders ga je voorbij aan jezelf, en komt het achteraf misschien net zo hard weer terug.’