Wij gebruiken cookies en andere technieken om uw ervaring op onze websites te verbeteren en om advertenties te tonen. Als u doorklikt gaat u akkoord met het plaatsen van de cookies en het gebruik van cookietechnieken.

Privacy | Cookieverklaring

Mellanie maakte gebruik van het spreekrecht

'Van mijn 9e tot mijn 17e ben ik seksueel misbruikt door mijn toenmalige stiefvader. Het misbruik kon stoppen doordat ik het aan mijn moeder en zus vertelde. 7 jaar later deed ik aangifte. Praten met steeds meer mensen, gaf me het vertrouwen dat ik daarvoor nodig had. 4 jaar later kwam de zaak voor en mocht ik gebruik maken van mijn spreekrecht.'

Het was fijn een vertrouwd persoon aan mijn kant te hebben

'Ik wist direct dat ik wilde spreken. Ik wilde alles doen wat ik kon om de dader te berechten. De politie had me bij de aangifte al verteld dat ik bij het spreekrecht ondersteuning kon krijgen van Slachtofferhulp Nederland. Ik dacht: “Dat komt wel als het spreekrecht in zicht komt”.

Toen het zover was, kwam ik in contact met een casemanager van Slachtofferhulp Nederland. De casemanager hielp me bij mijn spreekrecht, had veel contact met de officier van justitie en vertelde me waar ik recht op had. Bijvoorbeeld op een voorgesprek met de officier. Als ik vragen had, zorgde zij voor een antwoord. Het was fijn een vertrouwd persoon aan mijn kant te hebben.'

Het mocht zo oprecht mogelijk zijn

‘Voor de schadevergoeding had ik al op een rij gezet waar ik allemaal last van had (gehad); dat lijstje vormde een goede start. De casemanager vulde het aan met mijn verhaal, waarin ik nog een paar dingetjes aanpaste.

'De avond voor de zitting ging ik met zenuwen slapen.'

Het werden 6 kantjes, aardig wat. Plus nog een gedicht dat ik zelf had geschreven. Dat wilde ik sowieso voordragen. Ik oefende het spreken, puur om te kijken hoeveel tijd het in beslag nam. Het oefenen deed ik alleen; het mocht echt zo oprecht mogelijk zijn.’

‘De avond voor de zitting ging ik met zenuwen slapen. Wat als het spreken niet goed ging? Ik mocht eindelijk zeggen wat ik wilde; stel dat ik niet goed uit mijn woorden zou komen? Bij therapie had ik al geleerd met die angst om te gaan. Ik kon relativeren en denken: “Het is mijn recht en het komt goed. Eventueel neemt mijn moeder of de casemanager het over en wordt mijn verhaal alsnog verteld”.

Tijdens het spreken voelde ik me krachtiger worden

‘s Ochtends kon ik alles op me af laten komen. Er waren veel vrienden en familieleden; ik wilde niet dat de dader daar met meer mensen zou zitten dan ik. Dat er zoveel dierbaren waren was enorm fijn, dat gaf steun. Wij zaten boven, de dader beneden.

'Ik wilde hem vooral laten weten wat het misbruik met mij had gedaan.'

Voor het spreekrecht ging ik naar beneden en zat ik op dezelfde rij als de dader. Ik trilde maar tijdens het spreken voelde ik me krachtiger - en ook bozer - worden. Ik heb ‘m aangekeken, maar hij keek niet terug. Daardoor voelde ik me nóg krachtiger.

De rechters waren aangedaan door mijn verhaal. En ook door mijn gedicht. Het gedicht hadden we niet vooraf gedeeld; daardoor leek het extra effect te hebben. Ik voelde het effect van mijn verhaal in de rechtszaal.’

Er viel een last van mijn schouders

‘Na het spreken ging ik weer naar boven. Toen ik ging zitten viel er echt een last van mijn schouders. Ik had het gedaan! En ik voelde me zo krachtig. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen, ik heb hem laten weten wat het misbruik met mij had gedaan; dat vond ik zo belangrijk. Ik had het niet willen missen.

Als het niet was gegaan zoals ik had gehoopt, had ik het vast anders ervaren. Maar ook dan, had ik gewild dat mijn verhaal was verteld. De dader is in hoger beroep gegaan, dus straks kan ik opnieuw gebruik maken van mijn spreekrecht. Dat ga ik zeker doen. Ik blijf alles doen wat ik kan; dan kan ik het zelf ook beter een plek geven.’