Vermissing

De ongeneeslijk zieke vrouw van René was plotseling spoorloos. Na een half jaar onzekerheid werd haar lichaam gevonden. ‘In de tussentijd was ik met allerlei instanties in de weer.’

‘Loes was er niet toen ik ’s avonds thuiskwam van mijn werk. Op tafel lag een briefje: Ik wil geen begrafenis. Loes was ongeneeslijk ziek. Longkanker en uitzaaiingen in haar hoofd. Had ze dit als geheugensteuntje opgeschreven? Of was er meer aan de hand? Toen ik haar niet kon bereiken, heb ik aangifte gedaan van vermissing. Want dit klopte van geen kanten. Al snel drong het vermoeden door dat ze een eind aan haar leven had gemaakt. Vanwege haar ziekte. Maar waar was haar lichaam? De recherche heeft met man en macht gezocht. Zelf zocht ik ook maandenlang, samen met familie en vrienden. Maar er was geen spoor van Loes te bekennen.’

Juiste deuren

‘In de tussentijd was ik met allerlei instanties in de weer. UWV, telefoonprovider, ANWB: ik moest het allemaal stopzetten of op mijn eigen naam zetten. Omdat ze niet officieel was overleden, liepen alle zaken van Loes namelijk gewoon door. Dat overzetten ging niet zomaar. Voortdurend werd ik doorverwezen. Ik wist de juiste deuren niet te vinden. De familierechercheur zag me worstelen en wees me op Slachtofferhulp. Eigenlijk zat ik daar niet op te wachten, al dat emotionele gedoe. Maar volgens de familierechercheur was het juist ook bedoeld voor praktische hulp. Daarom besloot ik het toch maar te proberen.’

Behoorlijke stappen

‘Wim van Slachtofferhulp Nederland kon de juiste deuren wél vinden. Samen hebben we behoorlijke stappen gemaakt. Via de rechter regelden we dat ik lopende zaken van Loes kon opzeggen. Al met al duurde het een hele tijd voordat alles rond was. Maar het voelde goed dat ik in ieder geval nog iets voor Loes kon doen. Al dat geregel hield me op de been. Wim belde soms wel tien keer per dag, afhankelijk van waar we mee bezig waren. Soms vroeg hij alleen even hoe het met me ging. Het was wel prettig dat ik nu en dan mijn verhaal kon doen. Misschien heeft me dat toch meer geholpen dan ik van tevoren dacht. Wim gaf de richting aan, zonder zijn advies op te dringen. Hij wist dat ik die vrijheid prettig vond.’

Soort verlossing

‘Na een half jaar werd Loes gevonden. In een sloot, zo’n acht kilometer van huis. ‘Gecondoleerd’, zeiden sommigen. Maar heel goede vrienden zeiden: ‘We kunnen je beter feliciteren.’ En zo ervoer ik het ook. Het voelde als een soort verlossing dat ze eindelijk terecht was. We konden nu pas echt afscheid nemen. Dat Loes dood zou gaan, wist ik natuurlijk al. Ik vind het alleen vervelend dat het op deze manier gegaan is. Ze moet al een poos met deze gedachte hebben rondgelopen. Het is jammer dat ik haar noodkreet heb gemist.’