Wij gebruiken cookies en andere technieken om uw ervaring op onze websites te verbeteren en om advertenties te tonen. Als u doorklikt gaat u akkoord met het plaatsen van de cookies en het gebruik van cookietechnieken.

Privacy | Cookieverklaring

Ruimere uitkering schadefonds

Op 31 mei 2011 is door de Eerste Kamer de uitbreiding van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven aangenomen. Deze wet bevat een aantal aanvullingen die de positie van het slachtoffer en die van hun nabestaanden ten goede komt.

Belangrijkste aanpassingen

  • De kring van personen die een beroep kan doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt voor nabestaanden verruimd met bloedverwanten van de overledene in de eerste graad en in de tweede graad in de zijlijn (broer en zus) . Nabestaanden van slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven worden gelijk gesteld aan slachtoffers. Zij kunnen nu ook in aanmerking komen voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld of kosten van therapie).
  • De maximumbedragen voor de vergoeding voor materiële en immateriële schade kunnen bij ministeriele regeling worden vastgesteld. Hierdoor kunnen de bedragen makkelijker worden gewijzigd.
  • Sinds 2004 werkt het Schadefonds conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Nu is dit ook in de wet geregeld. De bestuursrechter van de Rechtbank Den Haag wordt de beroepsrechter en er komt ook een hoger beroepsmogelijkheid.

Tijdelijke beleidsregel

Hoewel de Wet vermoedelijk pas per 1 januari 2012 in werking treedt, hanteert het Schadefonds een tijdelijke beleidsregel op grond waarvan nabestaanden aanspraak kunnen maken op een uitkering voor immateriële schade. Deze uitkering voor immateriële schade ziet toe op een financiële tegemoetkoming voor het leed en het verdriet van de nabestaande in verband met het overlijden van een naaste.