Wij gebruiken cookies. Functionele en analytische cookies maken het gebruik van onze website mogelijk en deze cookies helpen ons om de website te verbeteren. Accepteert u dat we ook tracking cookies gebruiken? Door middel van deze cookies kunt u gepersonaliseerde advertenties van ons zien. Lees eerst de cookieverklaring voor meer informatie over de tracking cookies.

Privacy | Cookieverklaring

Thérese werd in haar jeugd misbruikt

'Toen ik jong was, ben ik misbruikt door partners van mijn moeder. Op mijn 15e ben ik uit huis gegaan en kwam ik in de jeugdpsychiatrie terecht. Maar ook daar werd ik misbruikt door mijn psychiater. Pas veel later kreeg ik goede professionele hulp en had ik contact met lotgenoten.'

Veilige plekken

'Ik had in mijn jeugd een paar veilige plekken waar ik terecht kon, zoals de sportclub. Ook was er een docent die wel iets door had. Ik mocht altijd komen praten, maar als ik daar dan zat, zei ik niks. Maar hij zag me wel en vond me de moeite waard. Dat even kunnen ademhalen heeft me geholpen om te overleven.'

Therapie was nodig

'Achteraf had ik eerder de juiste hulp willen hebben. Mensen in mijn omgeving hebben mij uiteindelijk geholpen om de eerste de stap naar therapie te zetten. Dit waren ook de mensen die als eerste echt naar mij luisterde. Die zeiden: "Dit is afschuwelijk, het had jou nooit mogen overkomen, hier heb jij geen schuld aan". Die erkenning nam stap voor stap allerlei twijfels weg. Dat mijn partner ondanks alles naast mij blijft staan, betekent ook veel voor me.'

Je krijgt niet alles gerepareerd. Dat hoeft ook niet om weer gelukkig te kunnen zijn.

'Ik ben vanaf mijn 27e verschillende keren in therapie geweest. Mijn therapeut hielp me door een aantal fases heen. Namelijk het stabiel krijgen van mijn situatie, het verwerken van mijn emoties en daarna de verwerking van mijn ervaringen.

Nu klinkt het heel geordend, maar toen liep alles door elkaar. Ik vond het heel fijn dat iemand me af en toe tegenhield als ik te snel aan de slag wilde met dingen waar ik nog niet klaar voor was.'

Ondanks de pijn weer gelukkig

'Toch was ik nog steeds vaak moe, had ik concentratieproblemen en voelde ik elke dag de gevolgen van het misbruik. Ik was moe van het vechten om weer helemaal 'gerepareerd' te zijn. Geef me een stappenplan zodat ik weet wanneer ik klaar ben dacht ik dan. Alleen heb ik geleerd dat het zo niet werkt. Je krijgt niet alles gerepareerd. Door mindfulness zag ik dat het ook niet nodig was om gelukkig te kunnen leven.'

Ik ben niet gek, en ook niet de enige

'In het begin heb ik veel gehad aan het contact met andere slachtoffers. Ik zocht mensen die me lieten zien dat je na misbruik ook weer met kracht in het leven kunt staan.'

'Voor mij hielp het ook om te lezen over welk gedrag, welke gedachten en welke gevoelens normaal zijn bij slachtoffers van misbruik. Daardoor besefte ik dat ik niet gek ben en ook niet de enige.'

Weer positieve gedachten krijgen

'Ik hield eerst nog vast aan mijn manier van denken zoals ik die mijzelf had aangeleerd in de eerste 15 jaar van mijn leven. Die jaren hebben een grotere impact gehad op mijn leven dan de 25 jaar die ik inmiddels samen ben met mijn partner.'

'Negatieve gedachten stoppen en positieve gedachten ontwikkelen is moeilijk. Maar iedere keer als het lukte, ging er voor mij een luikje open naar een mooiere toekomst. Het voelde als licht aan het einde van de tunnel. Toen ik eenmaal zag dat ik van overleven naar leven kon gaan, geloofde ik meer in de positieve kant van het leven. Toch was ik ook bang om gelukkig te zijn.'

Ik ben inmiddels zover dat ik echt kan genieten.

'Ik heb echt moeten oefenen in het zeggen dat het goed met me gaat. Ik dacht in het begin: "Straks gaat het weer slecht". Ik leed onder iets wat er allang niet meer was.'

Ik kon het leven weer aan

'Ik wil niet op mijn 80e terugkijken en me realiseren dat mijn leven een groot drama was. Ik hoef niet mijn hele leven te lijden. Nu kan ik mezelf toestaan om een gelukkig mens te zijn'.

'Het hebben van betekenisvol werk heeft mijn bestaansrecht verder versterkt. Zonder mijn werk als zedenrechercheur was ik veel eerder afgehaakt of ziek geworden.  Daarmee bewees ik voor mezelf dat als ik dat werk aankon, ik mijn eigen pijn ook aankon.'